| Geschiedenis Oude Ford V8 |
|
Op 25 februari 1947 nam de gemeenteraad van Driebergen-Rijsenburg het principebesluit om aan het brandweerkorps een krediet van ƒ 6.000 ter beschikking te stellen voor de aanschaf van de Ford. De brandweer had hierom gevraagd omdat dringend behoefte was aan een zogenaamde ‘manschappenwagen’. Deze moest dienen om zoveel mogelijk brandweerlui in zo kort mogelijke tijd naar de plek des onheil te vervoeren. Voordat de gemeenteraad definitief overstag ging werd eerst de inspecteur van het brandweerwezen om advies en Gedeputeerde Staten om toestemming gevraagd. Pas op 27 september 1948 ging officieel het licht op groen. Brandspuitenfabriek Bikkers te Rotterdam bouwde een Ford V8 om tot brandweerauto en schilderde deze in ‘officiële brandweerkleuren’, zoals vol trots op de factuur werd gemeld. In oktober 1949 kon de fonkelnieuwe aanwinst de Driebergse kazerne binnenrijden. En daar staat hij nog steeds, na een roemruchte geschiedenis bij de Driebergse brandweer. De Driebergse brandweer was in die tijd niet voor ‘watjes’. De Ford die als onderstel diende had oorspronkelijk een dichte cabine. Het dak van de cabine werd er op last van de commandant afgezaagd, omdat ook de chauffeur en de bevelvoerder – net als de overige manschappen – in de buitenlucht dienden te zitten. De andere auto was ook geheel open, zodat beide chauffeurs een gelijke behandeling werd gegarandeerd. Later hebben ze waarschijnlijk spijt gekregen van dit Spartaanse besluit. In december 1956 stond in de nieuwsbrief van de brandweer de volgende waarschuwing: ‘Leg voor ’s-avonds een wollen das gereed, want het valt niet mee, zo uit het warme bed op de koude wagen’. De ‘Oude Ford’ was met zijn open cabine een unieke wagen. Zeker nadat hij in 1950 van een spuitinstallatie werd voorzien. De andere autospuit was aan revisie toe, zodoende kon de Ford gedurende die periode (en daarna) behalve als manschappenwagen ook als blusauto dienst doen. De spuitinstallatie – een drietraps centrifugaalpomp - was in die tijd met ƒ 4.250 bijna net zo duur als de hele auto (ƒ 5.845). De Ford is verder voorzien van een 8 meter lange houten brandweerladder en ingericht met allerlei ander brandweergereedschap. Het meest heroïsche optreden van de Oude Ford vond in 1967 plaats tijdens de grote uitslaande brand in het gebouw van de Evangelische Broedergemeenschap bij Slot Zeist. Uit alle omliggende plaatsen waren voertuigen opgeroepen, maar het ene na het andere moest gedurende het bluswerk afhaken met allerhande mankementen. De Oude Ford haalde zonder tegensputteren het einde en maakte zo korte metten met de vuurzee. Andere brandweerkorpsen droegen nog wel hun steentje bij, maar hadden daarvoor slangen en andere onderdelen van de Driebergse Ford nodig. Als dank voor de prestaties ontving het Driebergse brandweerkorps dat jaar een kerstkaart van de broedergemeenschap met daarop de zegen des Heeren. Gelukkig maar, want zo kon de Oude Ford dienst blijven doen bij de roemruchte Driebergse branden op Kraaijenbeek en in de kurkplatenfabriek. In 1999 konden De Driebergse brandweerlieden de deplorabele staat niet langer meer aanzien, ze sloegen de handen ineen en vonden geldschieters voor een grootschalige renovatie. Het gemeentewapen wordt weer in oorspronkelijk staat,zoals voor het eerst in 1951 op de zijportieren aangebracht. Alle onderdelen zijn eraf geweest, schoongemaakt, overgespoten en zo nodig gereviseerd. Sommige onderdelen zijn vernieuwd, maar altijd door originele vervangen (sommige zelfs uit de VS). Op zaterdag 15 april 2000 was het voertuig gereed en kon het aan het Driebergse publiek getoond worden. |
